Na een klote voorjaar én zomer, ben ik sinds oktober weer flink aan de wandel, en hoe!
Zodra het begin september koeler begon te worden (want warmte is nog wel een dingetje bij mij), ben ik weer aan de wandel. Mijn kokers moesten nog wel aangepast worden, want mijn stompen zijn, ondanks het maandenlange niet lopen, toch weer van vorm veranderd.
Ook is het probleem opgelost dat ik zo moeizaam in mijn kokers kon komen. Als ik wilde gaan lopen, stond mij eerst een minutenlange worsteling te wachten, waarna mijn zin, energie en goede moed als sneeuw voor de zon verdwenen. Niels heeft daarom mijn rechter koker vernieuwd, mét achterflap, om het aantrekken comfortabeler te maken. En dat werkt!
Begin 2025 hebben we overal beugels opgehangen (zie hier de foto’s), waardoor ik van de uiterste hoek van ons kantoor helemaal tot in de badkamer kan lopen. Nu dat ik mijn protheses binnen enkele seconden aan kan doen, én pijnvrij kan lopen, heb ik de loopdraad weer opgepakt, en ben niet meer te houden!
Een rondje is 15 meter
Omdat ik mijn afstanden (dus vooruitgang) wil bijhouden, heb ik magneetbolletjes gekocht die ik per rondje op mijn whiteboard verschuif (zie afbeelding boven). Een rondje heen-en-weer is totaal 15 meter. Hoeveel denk je dat ik afgelopen week gelopen heb?
Gemiddeld 50 en 60 rondjes per dag!
Dus op een topdag dat ik 60 rondjes loop, heb ik maar liefst 900 meter gelopen! En op dagen dat ik ‘maar’ 40 rondjes loop, heb ik toch nog meer dan een halve kilometer afgelegd.
Schuiven met bolletjes
Bij ieder rondje schuif ik een gekleurd bolletje op mijn magneetbord. Dat doe ik per 5, dat is makkelijker tellen. Hiermee kan ik mijn vooruitgang goed bijhouden, niet alleen voor m’n gevoel, maar ook in Excel.
Mijn conditie gaat zienderogen vooruit; in het begin moest ik bij 2-3 rondjes al gaan zitten, mede veroorzaakt door de longontsteking afgelopen voorjaar. Maar die grens heb ik inmiddels kunnen verleggen naar 10 rondjes. Ik push mezelf iedere keer weer verder, en ga pas zitten als m’n tong bijna letterlijk op m’n schoenen ligt.
Tussen de sessies neem ik zo’n 10-15 minuten rust, soms met een wekker, soms op gevoel.
Prikkeldraad bij het staan
Op dit moment komt het feestje bij rondje 45 wel wat ten einde. Want als ik dan weer ga staan voelen mijn stompen als prikkeldraad. Soms bijt ik door en ga ik tóch lopen, maar dan krijg ik ’s avonds en ’s nachts de rekening met pijn en onrustige benen. Toch merk ik dat die grens zich ook iets verschuift, maar vermoedelijk heeft dat meer tijd nodig.
Ook krijg ik steeds met last van mijn linker scheenbeenbot (klepelen). Dit komt nu steeds meer naar de oppervlakte, en drukt soms pijnlijk tegen de koker. Maar het verschilt per dag, en een extra kous (of geen) doet vaak wonderen.
Moeilijk om rust te pakken
Wat me opvalt, is dat ik het supermoeilijk vind om m’n rust te pakken. Ik bedoel niet tussen de sessies door, maar in dagen. Als ik op die topdagen 800-900 meter heb gelopen, dan zou ik eigenlijk de volgende dag even niet moeten lopen, of maar een paar. Maar dat vind ik erg moeilijk en lukt niet altijd.
Ik heb namelijk zo’n grote drang en drive ontwikkeld om te gaan lopen, iets van tijd inhalen. Zo’n gevoel van ‘nú voel ik me goed, dus nú ga ik‘, en dan pak ik geen rust. Vorige week kreeg ik door het vele lopen een duidelijke bijniercrisis, dus werd ik gedwongen om rust te nemen. Uiteindelijk pakte dat goed uit, want die derde dag ging het lopen ineens weer een stuk makkelijker. Dus, lesje geleerd – hoop ik…
Het zit nog in me!
Ik ben superblij en dankbaar dat ik het nog steeds in mij heb, ik ga maar snel meer magneetbolletjes kopen.
2026, dááág kilo’s, hallóóó conditie, here I come!

Wat een wilskracht! Hou vol hoor, het gaat je lukken!